10-03-2009Ruimtelijke ontwikkeling plangebied 'Perkpolder'

Ruimtelijke ontwikkeling plangebied 'Perkpolder'
Het Plan Perkpolder combineert wonen, recreatie en natuur. Het oude veerplein wordt opgehoogd tot dijkhoogte (+10m NAP) en komt als een bastion in het landschap te liggen. In dit nieuwe Hart van Perkpolder worden maximaal 250 woningen, een hotel met wellnesscentrum en een golfclubhuis gerealiseerd. Door de hoge ligging in het weidse landschap krijgt dit gebied de uitstraling van een bastion met internationale allure. Aan de voet van het bastion komt een jachthaven met 350-500 ligplaatsen. Dit centrale gebied van Perkpolder wordt omringd door nieuwe natuur met bomen en hagen, sloten en kreken. In de westelijke Perkpolder worden 200 deeltijdwoningen in een krekenlandschap gebouwd, waarbij op een zorgvuldige manier camping Perkpolder wordt ingepast. Alle woningen liggen veilig achter de zeedijk. Aan de oostkant van de polder komt een waterrijk landschap waar de 18-holes golfbaan zich door heen slingert. Ten zuiden van de Kalverdijk liggen enkele holes van de golfbaan in een kleinschaliger en halfopen landschap. In het buitendijkse deel aan de oostkant van Perkpolder komt een 75 hectare groot natuurgebied met schorren en slikken: typisch voor het estuarium van de Westerschelde. Recreanten kunnen in Perkpolder wandelen, fietsen, genieten van het uitzicht op de zeedijk en het nieuwe landschap.
BMNED zal Deltares, voorheen TNO Bouw en Ondergrond, assisteren bij monitoren van de mogelijke effecten op de omgeving als gevolg van de ingrepen in de waterhuishouding in het plangebied. Door BMNED wordt de bouwkundige staat van objecten in relatie tot de (grond)waterhuishouding op een aantal percelen in en rond het plangebied Waterdunen bepaald. Onder “objecten” is te verstaan bebouwing en/of infrastructuur die mogelijk gevoelig zijn voor vernatting en/of verzilting. Ook eventuele sloten en/of watergangen welke het perceel mogelijk begrenzen of in de directe nabijheid zijn gelegen worden door de medewerkers van BMNED ingemeten. Met name de hoogteligging van het perceel, de ligging van sloten en watergangen ten opzichte van het perceel en de daarin voorkomende waterstanden zijn van belang om later vast te kunnen stellen hoe groot de eventuele invloed is geweest van het nog te realiseren plan ‘Waterdunen’. Middels de door BMNED te plaatsen peilbuizen zal de freatische grondwaterstand en het zoutgehalte worden gemonitoord.
Voor het bepalen van eventuele landbouwschade door toename van kwel of toename van het zoutgehalte in het bodemvocht worden door BMNED diverse EC-sonderingen verricht. Middels EC-sonderingen wordt gemeten waar zoet grondwater overgaat in zout grondwater. Daarnaast worden peilbuizen geplaatst met de filterstelling ter hoogte van het scheidingsvlak zoet/brak. Met gebruikmaking van een EM-39 sensor zal BMNED gedurende een nog nader te bepalen periode de geleidbaarheid (en dus het zoutgehalte) monitoren.
Bron: G.J.J. (Gilliam) de Nijs